Nederland wekt steeds meer duurzame stroom op. Toch loopt het stroomnet steeds vaker tegen zijn grenzen aan. Windenergie groeit veel minder hard dan eerst, zonnepanelen worden waarschijnlijk minder populair en op veel plekken zit het stroomnet vol. Wat betekent dat voor jouw energierekening?
1. Windenergie groeit minder hard
In 2025 kwamen er in Nederland slechts 29 nieuwe windturbines op land bij, de kleinste toename sinds 2017. Dat komt vooral door twee problemen. Er zijn nog altijd geen nieuwe landelijke milieunormen voor windparken, waardoor vergunningen langer duren en projecten vaker vastlopen in bezwaarprocedures. Ook stellen sommige provincies strengere eisen aan nieuwe windparken.
Daarnaast zit het stroomnet op veel plekken vol. Nieuwe windparken kunnen daardoor soms jaren niet worden aangesloten. Zelfs bestaande windparken moeten hun productie soms tijdelijk verlagen op momenten waarop er al veel stroom van zonnepanelen en windmolens beschikbaar is.
Volgens de Monitor Wind op Land van RVO verdwijnen er in 2026 waarschijnlijk zelfs meer windturbines dan erbij komen. Oude turbines worden weggehaald, terwijl nieuwe projecten vertraging oplopen

2. Zonnepanelen straks minder aantrekkelijk
Het aantal zonnepanelen in Nederland is de afgelopen jaren hard gegroeid. Eind 2024 lag er in Nederland voor 28,6 gigawattpiek (GWp) aan zonnepanelen, tegenover 3,99 GWp in 2019. Wel verwachten veel experts dat die snelle groei de komende jaren afneemt.
Een belangrijke reden is het verdwijnen van de salderingsregeling vanaf 2027. Huishoudens krijgen daardoor minder voordeel voor stroom die ze terugleveren aan het net. Ook rekenen steeds meer energieleveranciers terugleverkosten. Daardoor duurt het langer voordat zonnepanelen zijn terugverdiend en worden ze minder aantrekkelijk dan een paar jaar geleden.
Daarnaast speelt ook hier het volle stroomnet een steeds grotere rol, vooral bij grote zakelijke projecten.
3. Het stroomnet raakt voller
De snelle groei van zonne– en windenergie zorgt voor extra druk op het stroomnet. Op zonnige of winderige dagen wordt soms meer stroom opgewekt dan het net aankan. Zonne- en windparken moeten hun productie dan tijdelijk verlagen en nieuwe projecten moeten soms jaren wachten op een aansluiting.
Netbeheerders investeren daarom miljarden euro’s in nieuwe kabels, transformatorstations en opslag voor stroom. Maar die uitbreiding kost veel tijd.

Wat betekent dit voor je energierekening?
Je energierekening stijgt hierdoor voorlopig niet ineens enorm, maar de gevolgen worden wel steeds zichtbaarder. Vooral de netbeheerkosten lopen op. In 2015 betaalde een gemiddeld huishouden ongeveer €400 per jaar aan netbeheerkosten. In 2026 is dat opgelopen tot ongeveer €700 per jaar. Volgens toezichthouder ACM blijven die kosten de komende jaren verder stijgen.
Ook stroomprijzen gaan meer schommelen. Op zonnige en winderige momenten kan stroom heel goedkoop zijn, soms zelfs negatief. Maar als er weinig zon en wind is, moeten gascentrales bijspringen. En omdat gas duur kan zijn, stijgt de stroomprijs op zulke momenten snel mee. Het volle stroomnet maakt die verschillen nog groter, waardoor goedkope en dure stroomuren verder uit elkaar gaan liggen.
Voor huishoudens met zonnepanelen verandert er ook veel. Door het verdwijnen van de salderingsregeling vanaf 2027 leveren zonnepanelen financieel minder op dan de afgelopen jaren. Daarnaast rekenen veel energieleveranciers terugleverkosten en daalt bij sommige leveranciers de terugleververgoeding voor stroom die je terugstuurt naar het net. Daardoor wordt het belangrijker om opgewekte stroom direct zelf te gebruiken, bijvoorbeeld door overdag apparaten aan te zetten of een elektrische auto op te laden.






